Chiang Rai, een
klein stadje 800 km boven Bangkok.
Het gaat er hier allemaal wat gemoedelijker aan toe.
We logeren in een Guesthouse van de Nederlander Tony,
Homestay-ChiangRai, een mooi verblijf net buiten het centrum, waar wij een
aparte bungalow hebben, wel lekker een beetje op ons eigen.
Veel is er niet
de zien, een mooie gouden clocktower, en natuurlijk de witte tempel. Het is
hier wel een goede uitvalsbasis om het noorden te verkennen en te genieten van
het echte Thaise leven.
We hebben hier ook al enkele malen zéér lekker gegeten, Japans(voor echt weinig
geld), maar ook lokaal is het eten best OK hier op een mega grote foodcourt met
10-tallen eetshops en letterlijk honderden tafeltjes op een plein,met de nodige
stoelen en enorm véél volk.
Het mooie is
dat je tijdens je rondreis toch weer steeds mensen tegen komt met een verhaal,
zo gingen wij eten bij een Amerikaan die wel lekkere ribbekens zou hebben, en
dat waren ze inderdaad .De eigenaar is 77 jaar, heeft jaren voor de NASA
gewerkt, aan zowat alle raketten gesleuteld, heeft patenten op verbetering van
staal, en beleefd nu zijn oude dag met zijn restaurantje in Chiang Rai en zijn
vleesverwerkend bedrijf in Bangkok. Een zeer lieve man met het hart op de
juiste plaats, die vooral zijn personeel goed verzorgd en de kinderen ervan laat
studeren op zijn kosten, wonderbaarlijk toch .
Een bezoek aan die Witte tempel, Wat Pratet Si Kaew nog steeds in aanbouw , is
ook een must. Is best wel indrukwekkend, een parelmoeren witte tempel afgewerkt
met kleine spiegeltjes ( voor de schittering). Het heeft meer weg van een
kunstwerk dan van een tempel.
Vandaag zijn we naar de grootste trekpleister van het noorden geweest, “de gouden driehoek” een drielanden punt waar Laos, Myanmar (Birma) en Thailand bij elkaar komen. Het is jaren het middelpunt geweest van de opium plantages . In de plaats van een toeristische tour te boeken besloten wij met een plaatselijk busje naar het noorden te trekken. Eigenlijk heel eenvoudig en véél goedkoper!!! Veel is er niet te zien, sinds enkele jaren hebben ze een mooie Boeddha aan de waterkant staan, en een opium museumke. Toch een mooie en leuke daguitstap.
Grappig is hier wel dat je als buitenlander constant meer betaald dan de Thaise
inwoners. Wij betaalden voor de bus 50bath een Thai 25bath, ook met
toegangsprijzen aan parken en museums, ja zelfs bij het park van de Koning wordt
deze regel toegepast, op zich nog niet zo slecht … laat de buitenlanders maar
betalen ;-) zullen we dit bij ons ook eens gaan invoeren… stof om over na te
denken hé , slimme Belgen